Welkom bij Samson Pianolessen Rotterdam

Op deze site vindt u informatie over pianoles
en muziekwetenswaardigheden.

  


   HOME   BESCHIKBARE LESTIJDEN    TARIEF & BEREIKBAARHEID    OEFENRUIMTE    TECHNIEK & STUDEREN  

Print deze pagina.  

Muziektermen:

A

A capella

Zang zonder instrumentale begeleiding.

Accent

Dit betekent nadruk.  Het teken waarmee je dat aangeeft is : > en staat boven of onder de noot waar het om gaat.

Afterbeat

Dit is het accent op de tweede en vierde tel (deze accentverdeling geldt vaak voor de begeleidende instrumenten, niet voor de melodiepartij).

Akkoord

Dit is een samenklank van meer dan twee tonen die volgens een bepaalde manier wordt opgebouwd.

Akkoordenschema

Een opeenvolging van akkoorden, vaak in een vaste volgorde. Het schema wordt vaak een aantal malen herhaald.  Een akkoordenschema wordt vaak gebruikt als begeleiding van een melodie.

Akkoordinstrument

Hiermee worden instrumenten bedoeld waarmee je akkoorden kunt spelen, zoals een toetsinstrument (piano, keyboard, synthesizer), een gitaar en een harp. Op deze instrumenten kun je ook een baspartij combineren met akkoorden en een melodie. Andere instrumenten waar dat niet op kan, noem je melodieinstrumenten.

Akkoordsymbool

Deze geeft d.m.v. een hoofdletter aan om welk akkoord het gaat.  Wanneer er als akkoordsymbool de hoofdletter C staat, spreken we van een C-akkoord.  Het C-akkoord bestaat dan uit de akkoordnoten C-e-g (do-mi-sol).

Akkoordtonen

Tonen waaruit een akkoord is opgebouwd.

Arrangement

Dit is een instrumentale bewerking van een muziekstuk, voor een andere bezetting dan waarvoor het oorspronkelijk werd gecomponeerd.
Je laat b.v. de melodie door andere instrumenten spelen, van een rustig nummer maak je een snelle, swingende versie, enz.  In ieder geval klinkt het muziekstuk hierdoor anders dan het originele stuk.

Arpeggio

De afzonderlijke tonen van een akkoord moeten snel achter elkaar van onder naar boven worden gespeeld.

B

Bas

Dit betekent letterlijk laag.  Dus een bas is een instrument (ook dus de stem), die heel laag kan.  Een baspartij is dus een melodie met lage tonen.

Basmotief

Een motief dat laag gespeeld wordt.

Beat

Dit betekent (drum)slag en is de steeds herhaalde slag in de jazz- en popmuziek.

Begeleiding

Begeleidingspartijen ondersteunen de melodiepartij. Veel gebruikte begeleidingsinstrumenten zijn de piano en de gitaar.

Bewerking

Zie arrangement.

Bezetting

Hieronder verstaat men de soort en het aantal instrumenten en zangstemmen waarmee een muziekstuk moet worden uitgevoerd.

Blaaskwintet

Een ensemble dat bestaat uit : dwarsfluit, hobo, klarinet, fagot en hoorn.

Bluesschema

Dit is een akkoordenschema bestaande uit twaalf maten.

Break

Dit betekent onderbreking.  Een plotselinge akkoordstop om een solist meer kans te geven zich te laten horen.

C

Canon

Dit is het na elkaar inzetten van één melodie door verschillende stemmen.  Een canon kan twee- of meerstemmig zijn.

Coda

Dit betekent staart en is het naspel (eindstukje) van een muziekstuk.

Contrast

Een contrast is een tegenstelling.  Plotseling komt er iets heel anders.

  • melodisch contrast - twee heel verschillende melodieën.
  • ritmisch contrast - twee heel verschillende ritmes.
  • contrast in klankkleur - b.v. schelle trompet tegenover een dwarsfluit.
  • contrast in dynamiek - hard en zacht tegenover elkaar.

Couplet

Een aantal regels van een lied die een eenheid vormen.  In de muziek kun je een couplet volgens een bepaalde melodie zingen en de volgende coupletten ook.  Dit betekent dat de melodie dezelfde blijft, terwijl de tekst verandert.  Dit in tegenstelling tot het refrein.

Cluster

Het gelijktijdig aanslaan van een aantal dicht bij elkaar liggende tonen (b.v. een aantal 'witte' of 'zwarte' toetsen of beide van de piano).

Compositie

Dit betekent samenstelling.  Een compositie (ook wel muziekstuk genoemd) is het eindresultaat van het uitwerken van één of meerdere muzikale gegevens.

Componist

Iemand die muziek schrijft.

Consonant

Een rustgevende (ontspannen klinkende) samenklank van meerdere tonen.  Het tegengestelde is een dissonant.

Contrast

Dit betekent tegenstelling.  Bij een muziekstuk geldt dat voor de melodie (hoog-laag), het ritme (druk-rustig) en de klankkleur (trompet-fluit).

D

Da Capo Dit wil letterlijk zeggen : vanaf het begin.  Het wordt ook wel eens afgekort als D.C. (al Fine) en wijst erop dat het muziekstuk op die plaats gewoon verder loopt door terug naar het begin van het stuk te gaan (eventueel tot de plaats waar Fine staat).
Da Capo is ook de naam van onze zaal waar buiten de wekelijkse repeties ook geregeld andere activiteiten plaatsvinden. 

Dissonant

Dit is een samenklank waarvan de tonen veel wrijving geven (onrustig, spannend).  Deze samenklank kan uit twee of meer tonen bestaan.  Het tegengestelde van een consonant.

Dominant

Dit is de vijfde toon of trap van een toonladder.  In de toonladder van do is sol de dominant.  Een majeurakkoord dat opgebouwd wordt vanaf de vijfde trap, wordt ook wel de dominant genoemd.

Drieklank

Dit is een samenklank opgebouwd uit drie verschillende tonen.

Duet

Dit is een zangstuk voor twee stemmen.

Duo

Dit is een muziekstuk voor twee instrumenten en ook een groep die uit twee muzikanten bestaat.

Dynamiek

Klanksterkte.  Geeft aan hoe hard of zacht een muziekstuk gespeeld moet worden.  De belangrijkste dynamiekaanduidingen zijn : pp (pianissimo = zeer zcht) - p (piano = zacht) - mp (mezzo-piano = halfzacht) - mf (mezzo-forte = halfsterk) - f (forte = sterk) - ff (fortissimo = zeer sterk).

E

Echo-dynamiek

Dit is een fragment uit een muziekstuk dat in een zachtere toonsterkte wordt herhaald.

Enharmonisch

Hiermee wordt bedoeld dat twee tonen hetzelfde klinken, maar anders worden genoteerd, bijvoorbeeld Fa kruis en Sol bemol.

Ensemble

Dit is een groep muzikanten die gewoonlijk kleiner is dan een koor of een orkest.  Elke stem (instrument) is met één speler bezet.

Eénstemmige muziek

Dit is muziek waarbij steeds één stem klinkt.
Als je in je eentje een liedje zingt dan klinkt dat éénstemmig.  Als er een andere melodie bijkomt dan wordt het tweestemmig.  Komt er nog een melodie bij dan klinkt het driestemmig.
Als het meer dan éénstemmig is dan noem je dat ook wel meerstemmig.
Wanneer door twee of meer personen dezelfde melodie (dezelfde stem) wordt gezongen, is het ook éénstemmige muziek.

G

Geluid

Dit zijn alle met het oor waarneembare trillingen. Het menselijk oor kan geluidstrillingen waarnemen die liggen tussen zestien Herz en twintigduizend Hertz.

Genre

Dit betekent 'soort' of 'stijl'.

Grondtoon

De grondtoon van een toonladder is de toon waarnaar de toonladder is genoemd.  Van de toonladder van do is do de grondtoon.
De grontoon van een
drieklank is de toon waarop het akkoord is gebouwd. Van het akkoord do-mi-sol is do de grondtoon.  Ook wanneer het akkoord is omgekeerd,  bijvoorbeeld mi-sol-do, blijft do de grondtoon.

Gebroken akkoord

In een gebroken akkoord worden de akkoordtonen na elkaar i.p.v. tegelijkertijd gespeeld.

Glissando

Dit betekent glijdend.  Een glijdende verbinding tussen twee tonen.

H

Harmonie

Het gelijktijdig klinken van meerdere tonen.

Herhaling

Dit betekent iets opnieuw doen.  In de muziek kan een melodie, een ritme of een samenklank meerdere keren voorkomen.  De meest bekende vorm van herhalen is het refrein.
Herhalen kan op twee manieren : op dezelfde toonhoogte of iets hoger of iets lager (zie
sequens).

Hoofdaccent

Dit is het accent op de eerste tel van de maat.

I

Inleiding

Een kort gedeelte waarmee een muziekstuk begint.  In de pop- en jazzmuziek wordt dit ook wel intro genoemd.

Interval

Toonsafstand.  De afstand tussen twee óf tegelijk óf na elkaar klinkende tonen.

Intro

Een voorspel, meestal vrij kort en instrumentaal.

Imitatie

Dit betekent nabootsing (nadoen).  In een meerstemmige compositie kunnen melodieën elkaar nadoen, dit heet imitatie.  Een canon is een imitatie.

K

Klankbron

Dit is het onderdeel van een instrument dat in trilling gebracht moet worden (snaar, luchtkolom of vel).

Klankkleur

Dit heeft te maken met de klank van de instrumenten (donker, helder, scherp, dof).
Ieder instrument heeft een ander geluid, waaraan je het kunt herkennen.  We noemen dat de klankkleur van het instrument.  Verschil in klankkleur is het gevolg van :

  • een andere klankbron : luchtkolom, snaar of vel.
  • een andere speelwijze : snaar aanstrijken of tokkelen.
  • het gebruikte materiaal : hout, koper of metaal.
  • vorm van het instrument.

Kruis

Dit is een teken dat aangeeft dat de toon met een halve toon verhoogd moet worden.

L

Legato

Gebonden spelen.  De noten die je speelt moeten met elkaar verbonden zijn.  Het tegengestelde van staccato.

M

Maat

Verdeling van muziek in gelijke stukjes. Elk stukje bestaat uit evenveel tellen en zo'n stukje heet een maat.

Maataccent

Dit is het benadrukken van de eerste tel van een maat, waardoor de maatsoort herkenbaar wordt.

Maatstreep

Een verticale streep door de notenbalk, steeds vóór de eerste tel.

Maatsoort

Deze geeft het aantal tellen per maat aan.  Een maat kan in b.v. twee, drie of vier tellen verdeeld worden. Deze onderverdeling noemen we maatsoort.  De maatsoort wordt aan het begin van een stuk in de vorm van een breuk aangegeven, b.v. 3/4, 4/4 of 6/8.  Het bovenste getal geeft aan hoeveel tellen er in één maat staan.  Het onderste getal geeft aan welke notenwaarde één tel krijgt.  Wanneer het onderste getal een 4 is, dan duurt de kwartnoot één tel en wanneer het onderste getal een 8 is, dan duurt de achtste noot één tel.

Melodie

Een opeenvolging van tonen die met elkaar te maken hebben en samen één geheel vormen.

Melodieinstrumenten

Instrumenten waar je alleen een melodie op kan spelen (dus één toon tegelijkertijd), noem je melodieinstrumenten.  Daarnaast zijn er akkoordinstrumenten.

Modulatie

De manier om in een compositie van toonsoort te veranderen.

Mol

Dit is een teken dat aangeeft dat de toon met een halve toon verlaagd moet worden.

Motief

Dit is het kleinste muzikale stukje (bouwsteen) van een melodie.

Muzikale zin

Een afgerond melodisch geheel.

Muziekstuk

Ook wel genoemd een compositie.

N

Notenbalk

Een systeem van 5 lijnen waarop de noten van een muziekstuk worden geplaatst.

Notenwaarde

Deze geeft de lengte van een noot aan.

Noten

Tekens voor tonen.  Een noot op de notenbalk geeft de notenwaarde en de toonhoogte aan.

O

Octaaf

Dit betekent acht.  Het is de afstand tussen acht tonen.  Op de toonladder van do is dat dus de volgende do (do, re, mi, fa, sol, la, si, do).  Een octaaf is een interval, b.v. do-do.

Ostinato

Dit betekent hardnekkig.  Het is het voortdurend herhalen (hardnekkig terugkomen) van een ritmisch en/of een melodisch motief.

Opmaat

Een onvolledige maat aan het begin van een muziekstuk die uit één of meerdere noten kan bestaan.

Overgangsdynamiek

Het geleidelijk overgaan van hard naar zacht of van zacht naar hard tijdens het spelen of zingen.

P

Partituur

Notenblad, waarop alle stemmen (partijen) van een muziekstuk zijn genoteerd. Een dirigent heeft altijd de partituur voor zich zodat hij/zij een totaal overzicht heeft van het hele muziekstuk.

Partij

Muziek voor een speciale stem of instrument.
Een muziekstuk bestaat uit één of meerdere partijen. Bijvoorbeeld een melodiepartij, een tweede stem of een baspartij.
In een orkest heeft iedere muzikant een eigen partij. In de partituur staan alle partijen onder elkaar genoteerd.

Pizzicato

Dit is een speelaanwijzing voor strijkinstrumenten. Men tokkelt (plukt) de snaren met de hand die de strijkstok vasthoudt.

Polyfonie

Een manier van meerstemmig componeren waarbij de verschillende stemmen/melodieën zo zelfstandig mogelijk optreden.  Wij spreken van een polyfone compositie als verschillende melodieën tegelijk klinken en zich min of meer onafhankelijk van elkaar bewegen. Polyfone stijlen zijn bijvoorbeeld de canon en de fuga.

R

Refrein

Een deel van een lied dat telkens met dezelfde woorden en dezelfde melodie terugkeert.  Dit in tegenstelling tot het couplet.

Ritme

Volgens de tijdmaat verlopende duur van de tonen van een muziekstuk.  Door een opeenvolging van lange en korte, beklemtoonde en onbeklemtoonde noten onstaat dan het ritme in een muziekstuk.

Riff

Een korte kernachtige melodie (wordt vaak herhaald). Deze term wordt vaak gebruikt in de pop- en jazzmuziek.

S

Samenklank

Twee of meer tonen die tegelijk klinken.

Sequens

Herhaling van een melodie op een andere toonhoogte.
Wanneer de herhaling iets hoger is, dan spreek je van een stijgende sequens en wanneer de herhaling iets lager is, spreek je van een dalende sequens.

Staccato

Dit betekent gestoten spelen.  De tonen moeten kort en duidelijk van elkaar gescheiden gespeeld worden. Het wordt aangeduid met punten boven of onder de noten.  Het is tegengesteld aan legato.

Stem

Stem heeft twee betekenissen :
- zangstem : bijvoorbeeld een bas (lage mannenstem)
-
partij : bijvoorbeeld de tweede stem of de melodie-/baspartij.

Subdominant

Dit is de vierde toon of trap van een toonladder.  In de toonladder van do is fa de subdominant. Subdominant wordt ook wel onderdominant genoemd. Een majeurakkoord gebouwd op de vierde trap wordt ook wel de subdominant genoemd.

Syncope

Het verschuiven van maat- en ritmeaccenten van een sterk naar een zwak maatdeel.  B.v. het accent op de eerste tel (sterk maatdeel) verschuift naar een accent op de tweede tel (zwak maatdeel) of het accent op de eerste helft van een tel verschuift naar een accent op de tweede helft van de tel.

T

Tabulatuur

Een muziekschrift dat bestaat uit cijfers, letters en andere tekens en dus sterk afwijkt van het normale notenschrift.  Voor diverse snaarinstrumenten (gitaar, basgitaar) wordt naast het traditionele notenschrift ook gebruik gemaakt van tabulaturen.

Tegenmelodie

Dit is een melodie die gelijktijdig met de hoofdmelodie klinkt.

Tempo

De snelheid waarmee een muziekstuk gespeeld wordt. Een aantal tempo-aanduidingen zijn : largo (zeer langzaam), allegro (snel), presto (zeer snel).

Terrassendynamiek

Hiermee wordt bedoeld het na elkaar optreden van verschillende geluidsterktes (dynamiek), bijvoorbeeld eerst hard en daarna zacht.

Terts

Dit betekent derde.  In b.v. de toonladder van do is de derde toon t.o.v. do een mi.  Een terts is een interval, b.v. do-mi of sol-si of re-fa.
Een
akkoord opgebouwd uit tertsen is dus b.v. do-mi-sol (do is de grondtoon, mi is de derde toon t.o.v. do en sol is de derde toon t.o.v. mi).

Thema

Een melodische idee die door de componist als uitgangspunt voor een compositie wordt gebruikt. Voor de luisteraar is een thema meestal een herkenningspunt.

Tonica

Dit is de eerste toon (grondtoon) van een toonladder.

Toon

Geluid dat ontstaat door het in trilling brengen van een instrument, b.v. een snaar (gitaar, harp) of de lucht in een instrument (blaasinstrumenten) of een vel (slaginstrumenten) of een luidspreker (electronische instrumenten).

Toonhoogte

De hoogte van een toon.  Deze wordt bepaald door de plaats van een noot  op een notenbalk.

Toonomvang

Dit is het gebied tussen de laagst en hoogst zingbare of speelbare noot.

Toonsoort

Ook wel toonaard genoemd, geeft aan in welke toonladder het muziekstuk staat.  De toonsoort heeft alles te maken met de tonica (eerste toon) van de toonladder.  Een muziekstuk in do heeft als tonica eveneens de do.  Het stuk zal grotendeels bestaan uit tonen uit de toonladder van do : do-re-mi-fa-sol-la-si-do.

Toonladder

Tonen die trapsgewijs (stijgend of dalend) in een logische volgorde gerangschikt zijn, noemen we een toonladder.
Onze meest gebruikte toonladder omvat acht tonen, beginnend en eindigend met dezelfde toon, bijvoorbeeld: do-re-mi-fa-sol-la-si-do.  De afstand tussen de begin- en eindtoon noemen we een
octaaf.

Toontrappen

Dit zijn de verschillende tonen van een toonladder. In de toonladder van do, is do de eerste trap, re de tweede trap enzovoort.  De trappen worden meestal aangegeven met Romeinse cijfers (I-IV-V is in de toonladder van do : do-fa-sol).

Trap

Zie toontrappen.

Transponeren

Een muziekstuk in een andere toonsoort spelen dan genoteerd staat.

Trio - Een muziekstuk voor drie instrumenten.
- Het Trio vind je ook terug in de Mars.  De Mars
  is geschreven in een tweedelige maat en de opbouw
  bestaat gewoonlijk uit Mars - Trio - Mars, waarbij
  het Trio meestal in de subdominant staat.  Daarbij
  komt nog dat het Trio meestal minder ritmisch maar
  melodieuzer dan de Mars is.

Tweeklank

Een samenklank van twee gelijktijdig klinkende tonen.

U

Unisono

Dit betekent éénstemmig.  Alle of een aantal stemmen spelen of zingen tegelijkertijd dezelfde melodie. Deze kan ook een oktaaf (acht tonen) hoger gespeeld worden.  Dit wordt vaak gebruikt om een bepaalde melodie goed te laten uitkomen.

V

Variatie

Een speciale manier om een melodie te herhalen.  Een variatie is een kleine verandering van de oorspronkelijke melodie.  Ondanks deze verandering blijft de originele melodie herkenbaar.

Vierklank

Een akkoord dat bestaat uit vier tonen die een opeenstapeling van tertsen zijn.

Vijfde trap

Dit is het (dominant) akkoord dat gebouwd is op de vijfde toon van de toonladder.

Vocaal

Vocaal komt van voce, dat is Italiaans voor stem. Vocale muziek is muziek uitgevoerd door stemmen.

Voortekens

Dit zijn de kruisen of mollen die de toonsoort aangeven.  Voortekens staan aan het begin van een muziekstuk genoteerd.

Vorm

Dit is de indeling van een lied of een muziekstuk.  Het wordt ook wel muzikale vorm genoemd.

 

Tot ziens bij Samson pianolessen


Waar woorden eindigen begint muziek
 

   

  

Hieronder vindt u informatie over:

TIPS BIJ PIANO STUDEREN

PIANO STEMMEN

MUZIEKTERMEN

TOONLADDERS

AKKOORDEN

LUISTERTIPS

MUZIEKQUIZ VRAGEN

MUZIEKQUIZ ANTWOORDEN

BLANCO MUZIEKPAPIER